Het Pensioenakkoord in bullits

Eindelijk, na jaren onderhandelen hebben vakbonden, werkgevers en politiek een nieuw akkoord bereikt over de toekomst van de pensioenen. Maar het meeste gaat 1 jaar later in dan gepland. Behalve de items met een * in dit overzicht.

 
  • De AOW-leeftijd gaat minder snel omhoog dan eerder gepland. Het is nu 66 jaar en 4 maanden, en dat blijft zo in 2020 en 2021. In 2022 krijgt u AOW als u dan 66 jaar en 7 maanden oud bent. Een jaar later, in 2023 moet u 66 jaar en 10 maanden oud zijn om AOW te bemachtigen. En in 2024 komt de AOW-leeftijd op 67 jaar. In het vorige Pensioenakkoord zou dat al in 2021 de AOW-leeftijd zijn. Vanaf 2025 gaat de AOW-leeftijd 8 maanden omhoog als de levensverwachting 1 jaar stijgt. * 
  • De ondergrens voor de dekking die de pensioenfondsen moeten hebben ligt in 2020 en 2021 op 90 procent van de huidige en toekomstige pensioenen. Dat wil zeggen: Pensioenfondsen die op 31 december een dekkingsgraad hebben van 90 procent of meer, hoeven het komende jaar hun pensioenuitkeringen niet te korten. Tenzij de dekking tijdens dat jaar daalt onder 90 procent. Dan moet de dekking binnen 6 maanden weer op 90 procent komen. Als het Wetsvoorstel toekomst pensioenen, dat de overgang naar een nieuw pensioenstelsel moet regelen, van kracht is kan die ondergrens oplopen naar 95 procent. Indexeren (aanpassen) van de pensioenen op de lonen en prijzen kan dan vanaf 105 procent. Nu is dat 110 procent. Uiteindelijk beslissen de fondsen zelf over indexeren.
  • Werknemers moeten uiterlijk op 1 januari 2027 1 van deze 2 pensioenvormen hebben:
    1. Een collectieve spaarpot, ook wel het ‘nieuwe solidaire contract’ genoemd, waar elke deelnemer zijn eigen inleg in stort en zijn eigen opbrengst uit krijgt. Alle deelnemers in dit nieuwe solidaire contract betalen ook voor een solidariteitsreserve, om tegenvallers uit slechte jaren te ‘dempen’.
    2. Je eigen pensioenpot, waamee je zelf een pensioen opbouwt. Deels voor eigen risico en rekening, door te sparen, beleggen of een mix van beide. Pensioenverzekeraars bieden dit al (veel) langer aan, onder andere via de Wet verbeterde premieregeling.
  • Beide varianten werken met een projectierendement. Dat wil zeggen: je legt elke maand premie in, met je werkgever, en aan het einde van de loopbaan wordt duidelijk hoeveel pensioen je daarmee kunt aankopen. Er is geen gegarandeerd pensioen meer aan het eind van de inleg. Pensioenen vallen ze in goede tijden hoger uit dan verwacht, en in slechte tijden lager.
  • Nu betaalt elke werknemer dezelfde premie voor zijn pensioen, zijn hele werkende leven. Daarmee subsidiëren de jongeren, die langer premie betalen, de ouderen. Die doorsneepremie verdwijnt. Voor alle soorten pensioenregelingen, ook die bij pensioenverzekeraars, wil minister Koolmees. Onafhankelijk van de leeftijd betaalt iedereen hetzelfde percentage van het bruto-inkomen aan pensioenpremie. Dit heet ook wel de vlakke premie
  • Wie nu tussen 30 en 50 jaar is, verliest (veel) pensioenopbouw als de doorsneepremie verdwijnt. De jaren waarin jij profiteert van de langer renderende premies van jongeren heb je dan niet meer. Dat kost geschat 60 miljard euro aan compensatie. Hoe dat wordt gefinancierd is nog niet bekend. De onderhandelaars denken dat de compensatie mee zal vallen. Er komt een geschillencommissie voor. De Hoofdlijnennotitie spreekt over een ‘budgetneutrale compensatieregeling van € 1 miljard voor tien jaar’. Duidelijk veel minder dan wat sommige pensioendeskundigen voor nodig houden.
  • Werknemers kunnen tot 3 jaar eerder stoppen met werken. Werkgevers hoeven dan geen fiscale (RVU-)boete te betalen over een bruto-jaarinkomen tot 22.164 euro of 1864 euro per maand (geïndexeerd per 2021) dat ze hun stoppende of deels doorwerkende werknemer betalen. Werkgevers en vakbonden kunnen dit regelen per cao. Werkgevers kunnen subsidie krijgen op de loonkosten voor deze werknemers via de mdieu-regeling
  • Er komen 'ruimere mogelijkheden voor verlofsparen'. Het gaat om opsparen van bovenwettelijke vakantiedagen en compensatieverlof. Dit kan tot 100 werkweken belastingvrij, om eerder met pensioen te kunnen, of om een sabbatical of opleiding te bekostigen. **
  • Werknemers kunnen tot 10 procent van hun opgebouwde bedrijfs(tak)pensioen opnemen (afkopen in jargon) op de dag dat ze met pensioen gaan. Of in de maand februari van het jaar volgend op het jaar waarin ze AOW krijgen. Alleen bij afkoop op 1 van deze 2 momenten is de gepensioneerde geen AOW-premie verschuldigd over het bedrag ineens. De gepensioneerde kan het bedrag vrij besteden, maar ze krijgen de rest van hun leven een lagere pensioenuitkering. Ook voor bevroren pensioen in eigen beheer, nettopensioen, nettolijfrente en andere, eigen pensioenvoorzieningen (derde peiler) zou deze mogelijkheid moeten gelden. Nu geldt daar nog een afkoopboete van 20 procent voor. ** 
  • Uiterlijk op 1 januari 2025 moet de werkgever de gewijzigde pensioenovereenkomst en het transitieplan naar het nieuwe stelsel doorgeven aan het pensioenfonds, of de pensioenuitvoerder.
  • Zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) moeten makkelijker kunnen sparen voor hun pensioen. Ze moeten zich vrijwillig kunnen aansluiten bij een pensioenfonds of Premie Pensioeninstelling (PPI).
  • Zzp'ers moeten een betaalbare (basis)arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) afsluiten tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid. Werkgevers en vakbonden hebben er een akkoord op hoofdlijnen over gesloten in de Stichting van de Arbeid. De premie hangt af van het belastbaar jaarinkomen, met een indicatief percentage van 8 procent, en ook van de duur van het eigen risico dat de zzp’er neemt. Dat kan variëren van een half jaar tot 2 jaar. Hoe hoger het eigen risico, hoe lager de premie. De uitkering bedraagt minstens 70 procent van het laatstverdiende inkomen voordat de zelfstandige arbeidsongeschikt wordt, tot maximaal het bruto wettelijk minimumloon. Ingangsdatum van dit item is geheel onbekend.

** = wetsvoorstel; moet ingaan per 1 januari 2023.

Meer informatie

Lees het persbericht van het ministerie van SZW. Of bekijk de gedetailleerde uitwerkingen bij de overgang, inclusief doorberekeningen bij maatmanmensen voor 13 pensioenfondsen van Sociale Zaken (lees minister Koolmees) zelf.

Let op:

De gegevens in dit dossier zijn ontleend aan tientallen doorgaans zeer betrouwbare bronnen. Toch kan Earnest geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden, of gevolgschades die hieruit kunnen ontstaan. Deze informatie verandert vaak, en veel. Daarom is alleen de online-versie van dit dossier actueel.