Wat doen we met 'al die zelfstandigen'?

Om te beginnen: niet alle zzp'ers zijn flexwerkers, en ze zijn lang niet allemaal zielig. En: steeds meer mensen kiezen voor het vrije werkbestaan omdat het beter bij ze past. Niet voor de centen. Maar inderdaad. Er zijn ook veel anderen die de keuze krijgen opgedrongen van hun (ex)werkgever omdat ze anders te duur zouden zijn. En dan zijn er ook nog honderden grijstinten tussen beide uitersten in. Onze arbeidsmarkt is toe aan een grondige verbouwing. Inclusief het sociale stelsel. De discussie wordt heviger.

 

Regeringen zijn bezorgd over de zwakke inkomens- en onderhandelingspositie van zelfstandigen met een laag uurtarief. Precies daar knelt de schoen: op markten waar het aanbod (veel) groter is dan de vraag. Zoals op de meeste kunst, cultuur en media-arbeidsmarkten. Kwestie van vraag en aanbod, en als het je te weinig oplevert ga je maar wat anders doen? Of willen we iedereen een minimaal bestaan garanderen als hij of zij werkend zijn best doet voor de samenleving? Elk zichzelf respecterend gremium heeft een onderzoek geproduceerd dat past bij de eigen denkrichting. Zoals Borstlap, de SER, DNB en de tegenzet van 6 platformbedrijven. Ook de vakbonden mengen zich volop in deze discussie. Ieder volop vanuit het eigen belang, uiteraard.

Hoe de arbeidsmarkt en onze sociale zekerheid moet worden aangepast op de 21e eeuw hangt ook af van je politieke voorkeuren. Toch kiezen de meeste Nederlanders voor iets tussen de vrije en geregelde markt. En over dat 'iets' gaat de eindeloze strijd. Wat is de bodem in alle markten, en waarvoor ben je zelf verantwoordelijk? Vakbonden en werkgevers onderhandelen daar elk jaar over, en noemen de uitkomst cao. Freelancers, of zzp'ers doen dat per definitie zelf. Want ze zijn zelfstandig. Maar alleen samen sta je sterk(er). Dus bundelen ze steeds vaker hun krachten.

Webmodule

Ondertussen doet de politiek verwoede pogingen om de markten te reguleren. Of om er ten minste een bodem in te leggen. De voorstellen van het vorige kabinet Rutte zijn afgeschoten. Wel is er nog de webmodule. Die raakt niet uit-ontwikkeld. En er is veel kritiek. Of het instrument ooit echt in werking gaat is onzeker. Probeer het zelf!

Trek de grens!

De meningen over de scheidslijn tussen werknemer en zelfstandige schieten ondertussen alle kanten op. Aantallen opdrachtgevers (per jaar, maand, dag, per bedrijf, BV of groep?), geen werk doen waar de opdrachtgever mensen voor in dienst heeft (leuk voor het zittende personeel, dat gaat er dan uit). En nu lijkt de rode lijn: minstens 30 tot 35 euro uurtarief in opkomst bij de opiniemakers. SER en Borstlap hintten daarop. De minister vindt het ook wel wat.

Minstens 30 euro is duidelijk meer dan het minimumloon, dus effectief tegen goedkope productiearbeid. Als je precies weet wat er wel en niet onder valt, als de werkende het lef heeft om dat zelf aan te kaarten bij een rechter, als je genoeg mensen hebt om het te controleren en beboeten. En als de werkende dan nog werknemer wil, kan en mag zijn bij deze 'baas' die hij of zij heeft geschoffeerd. Een harde grens trekken is net zoals een grenshek of Berlijnse muur: het prikkelt creatieve geesten tot omzeilacties. Minder subtiele geesten pakken dan.. grover geschut, inderdaad.  

Wat wil jij dan?

Beter dan een minimumtarief voor iedereen is om per bedrijfstak vast te stellen wat zelfstandigen minstens zouden moeten verdienen. Met een echt realistische berekening van minimumtarieven. Zoals soms gebeurt in cao's. Met goedkeuring van de Autoriteit Consument en Markt, zelfs.

Werknemers en zelfstandigen hebben compleet andere inkomens, dat kan je niet rechtstreeks vergelijken. Maar zolang we het huidige stelsel houden, moeten opdrachtgevers (en ook zelfstandigen zelf) afblijven van de zelfstandigenaftrek, omdat het een reserve is voor de zelfstandige tegen ziekte, onvrijwillig werkloos en het pensioen. Dus niet de tarieven verlagen met de aftrek. Dan is het argument 'concurrentievervalsing' ook van de baan.

Een verplichte aov? Kan nuttig zijn voor de zelfstandigen die nu helemaal niets hebben geregeld voor inkomstenverlies bij arbeidsongeschikt. Dat is ongeveer 40 procent van alle zzp'ers. Maar de anderen (60%, een meerderheid) hebben wel iets geregeld. Wat? Dat mochten (en moesten) ze jarenlang helemaal zelf uitzoeken. En de meesten hebben die verantwoordelijkheid ook genomen (waaronder ik). Daar hebben ze (onder meer) de zelfstandigenaftrek voor gebruikt. Een verplichte aov is voor hen dubbel verzekerd, en onzinnig. Naast de andere voorzieningen die ze al hebben getroffen. Zo straf je mensen die zelf hun verantwoordelijkheid hebben genomen. 

Werkend Nederland is toe aan een grotere herziening van het hele stelsel van sociale zekerheid. Ik denk aan een basisstelsel, met verzekeringen en voorzieningen op minimumniveau (WML?) voor alle werkende mensen die buiten hun eigen schuld niet meer kunnen werken. Omdat ze ziek zijn, arbeidsongeschikt, (te)veel zorgtaken hebben, of.. ondanks verwoede pogingen geen (nieuw of ander) werk kunnen vinden. Bovenop de minimumvoorzieningen (vroeger heetten ze ook wel volksverzekeringen) kunnen werkgevers en vakbonden dan plusregelingen stapelen. Voor werkenden in vaste dienst. Dat bevechten maakt een bedrijf aantrekkelijker om bij of voor te werken. En het geeft de vakbonden opnieuw bestaansrecht.

Kost een hoop geld, zo'n basisstelsel. Waar komt dat vandaan volgens mij? Van de rijkere werkgevers, want die profiteren het meest van flexibele arbeidskrachten. Dividentbelasting en winstbelasting verhogen. Mogelijk ook de vennootschapsbelasting, voor alle ondernemingen met veel winst. Nog niet genoeg? Dan mogelijk ook uit een deel van de zelfstandigenaftrek, maar alleen van zelfstandigen die zelf geen enkele voorziening hebben voor pensioen of arbeidsongeschikt.

Toegegeven, 'iets' regelen voor een zo diverse en grote groep eigengereide zelfstandigen is erg moeilijk. Maar dit is niet meer op te lossen met nog meer knip- en plakwerk in bestaande wetten. Bovendien miskent het nog iets: zelfstandigen en werknemers zijn net wat andere subsoorten werkende mensen. Ik denk dat de beste manier om echt vorderingen te maken is: het probleem op grotere schaal bekijken.

Kortom, ik denk zelf richting de missie die De Werkvereniging voorstaat.

Een realistische berekening van het tarief

Wat is een realistisch minimumtarief dat een zelfstandige moet verdienen om zijn en haar zaak draaiend te houden? Om daar een beeld van te geven schets ik de werkelijke kosten en opbrengsten van een zelfstandige die minimaal verdient.

We nemen het bruto-WML a € 405,30 per week (van 1 juli 2022). Maal 52 weken, want zo lang moet elke werkende er van leven. Is 21.075 euro jaarlijks minstens te verdienen aan loon voor de werkende zelf. Ik haal er 10% aan loonheffing af (gemiddelde premies werknemersverzekeringen en loonbelasting). Wat komt daarbij als zzp'er (per jaar)? Pensioen a 2000 euro per jaar. BAV (beroeps- of bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering) kost minstens 450 euro. Kantoor- en/of opslagkosten inclusief afschrijving (minstens) 2000 euro. Vervoerskosten (vooral OV, we hebben het over minimaal) minstens 400 euro per jaar. Website, reclame, representatiekosten? Voor minder dan 800 euro zal het amper lukken. Abonnementen en internetverbinding komt zeker op 1500 euro jaarlijks. Een AOV, tegen verlies van inkomsten door arbeidsongeschiktheid. Ik denk aan € 2.000 aan jaarpremie voor een krappe dekking. En mag / moet een zzp'er ook nog op vakantie? Dan 8% op het bruto-WML per jaar. Reserveren voor slechte tijden en onvoorzien? 2000 per jaar. Maakt 31.803,80 euro.

Te verdienen in hoogstens 1380 uur (30 uur*46 weken) geeft een minimaal uurtarief van: €23,05. Gebaseerd op het minimumloon. Wie vindt dat werken wel wat meer mag lonen, en inziet dat je bijna nimmer alle uren kunt verkopen komt op een andere berekening. Een van die andere - meer realistische- berekeningen vind ik de tarievencalculator van de NvJ. Gebaseerd op een cao-loon van 3400 euro bruto per maand en 1250 uren declarabel per jaar levert mij dat een uurloon op van € 53.  

* Een zelfstandige kan niet meer declarabele uren maken dan 30 per week omdat hij tijd moet besteden aan administratie (boeken, facturen) en acquisitie.

Wanneer ben je in dienst bij een werkgever?

De manier waarop je werkt, bepaalt de arbeidsrelatie tussen werkende en opdrachtgever of werkgever. Niet wat beiden daarover schriftelijk hebben vastgelegd. Dat is, heel in het kort, de essentie van een uitspraak van de Hoge Raad van november 2020. De uitspraak kan grote gevolgen hebben voor allerlei arbeidsrelaties zonder duidelijke juridische basis.

De Hoge Raad deed uitspraak in een zaak over een vrouw met een uitkering, die maandenlang werkte als servicedeskmedewerker voor de gemeente. Ze werkte om werkervaring op te doen, in het kader van een re-integratietraject, een participatieplaats op grond van de Participatiewet. Volgens de vrouw deed ze hetzelfde werk als collega’s met een reguliere arbeidsovereenkomst. Daarvoor wilde ze dan ook hetzelfde loon ontvangen, geen ‘stimuleringspremie’.

Wettelijk omschreven arbeidsovereenkomst

De Hoge Raad verwierp de vonnissen van kantonrechter en gerechtshof. Deze rechters hadden gesteld dat het hier niet kon gaan om een arbeidsovereenkomst omdat partijen dat niet zo hadden afgesproken. Bij de beoordeling of het gaat om een arbeidsovereenkomst gaat het er volgens de Hoge Raad om ‘of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst.’

Wat is de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst? De HR verwijst naar hiervoor naar artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek BW. Dat omschrijft de arbeidsovereenkomst als een overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Als de inhoud van een overeenkomst voldoet aan deze omschrijving, moet de overeenkomst worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Niet van belang is of partijen ook daadwerkelijk de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen.

Drie cruciale begrippen

Die omschrijving van 'arbeidsovereenkomst' van de Hoge Raad is behoorlijk ruim. Strikt genomen betekent het dat iedereen die werkt voor een ander en daar met enige regelmaat geld voor krijgt een arbeidsovereenkomst heeft. Maar 'arbeidsovereenkomst' is niet hetzelfde als 'dienstverband'. Dan gaat het vooral om de 3 begrippen ‘in dienst’, ‘loon’ en ‘arbeid’. Dit zijn de 3 cruciale begrippen uit het arbeidsrecht (van minstens 100 jaar geleden) waarover al jaren een fel politiek debat woedt. Dat gaat vooral over het criterium ‘in dienst’ zijn. Meestal is dat het geval wanneer er een gezagsverhouding bestaat tussen werkende en opdracht- of werkgever. En juist over een moderne invulling van dat criterium ‘gezagsverhouding’ breken arbeidsjuristen, politici en werkenden zich al jaren het hoofd. Die gezagsverhouding kan ook bestaan in de vorm van een algoritme, zoals bij sommige platformbedrijven. Dat oordeelden diverse rechters in de loop van 2021. Waarschijnlijk kan alleen een politieke keuze deze discussie beslechten. Wat mij betreft door een ruimere keuze voor een basisstelsel voor alle werkenden.