Arbeidstijden zijn maatwerk

Hoe lang mensen werken, en hoe lang ze dan rust nodig hebben, dat wil de overheid zo veel mogelijk aan werknemers en werkgevers zelf overlaten. Maar er zijn (natuurlijk) wel grenzen... En die hangen af van je leeftijd, hoe je werkt, en wanneer je werkt. Voor speciale groepen zoals zwangeren, kinderen en nachtdiensten gelden aparte regels.

Arbeidstijden en rusttijden

Voor het beste overzicht van de arbeidstijden en rusttijden kunt u het beste de Arbeidstijdenwet zelf nalezen. Via deze link springt u direct naar deze bepalingen.

Aanwezigheidsdiensten

In een periode van 26 weken mag een werknemer maximaal 52 keer in aanwezigheidsdienst werken. In 16 weken mag dat gemiddeld 48 uur per week zijn. Alle uren binnen een aanwezigheidsdienst worden gezien als werktijd. Een aanwezigheidsdienst mag niet langer dan 24 uur duren, inclusief wachturen of slaapuren. Werken in aanwezigheidsdienst kan in onderling overleg tot gemiddeld 60 per week, gemiddeld genomen over een periode van 26 weken. De werknemer moet ermee instemmen, en dat moet schriftelijk vastliggen in een 'opt out'verklaring. Er zijn diverse aanvullende voorwaarden voor aanwezigheidsdiensten. Afhankelijk van de branche en het type werk heten ze ook wel beschikbaarheidsdiensten of consignatie.

Nachtdiensten

Een nachtdienst is een dienst tussen 0.00 en 6.00 uur waarin u meer dan 1 uur werkt. De reguliere nachtdienst heeft een maximum van 10 uur per dienst. Voor werknemers die regelmatig nachtdiensten draaien (minstens 16 diensten per 16 weken), mag de werkweek gemiddeld niet meer dan 40 uur duren. Wie minder dan 16 nachtdiensten heeft per 16 weken, heeft een werkweek tot 48 uur, net zoals bij dagdiensten. Raadpleeg het overzicht van de nachtdiensten en rusttijden in nachtdienst op de website van de Rijksoverheid voor meer informatie.

Overwerk

De arbeidstijdenwet bevat geen bepalingen voor overwerk. Regels voor overwerk worden geheel aan CAO-onderhandelingen overgelaten. In cao’s kunnen dus regels zijn opgenomen over de vergoeding boven een aantal uren extra werk per week of maand. Werken op bijzondere tijdstippen, zoals zondags en ‘s nachts, en in bijzondere diensten is alleen toegestaan als dat is afgesproken in een CAO, met de or of personeelsvertegenwoordiging of met een individuele werknemer. Daarnaast moet de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dat noodzakelijk maken.

Zondagswerk weigeren mag

Werknemers mogen werken op zondag weigeren. Alleen werknemers in sectoren met onvermijdbaar zondagswerk zijn uitgezonderd, zoals de zorg, sommige industriële sectoren, de politie, horeca en brandweer. Ook kan werken op zondag wanneer de bedrijfsomstandigheden dat noodzakelijk maken. Maar dan moet de werkgever dat eerst afspreken met de or of de  personeelsvereniging (PVT). Is dat akkoord er, dan moet elke werknemer die op zondag moet werken er ook expliciet mee instemmen. Nadere afspraken over werken op zondag staan in de cao, of in de arbeidsovereenkomst met elke werknemer.

Maatwerk met or of pvt

De werkgever moet volgens de Arbeidstijdenwet afspraken maken met de werknemers over arbeidstijden, arbeid op zondag, en werken en pauzeren tijdens de nachtdienst anders dan in de CAO vermeld. De werkgever kan deze afspraken maken met de vakbonden tijdens het CAO-overleg, of met de OR of met de personeelsvereniging (PVT) in kleine bedrijven.

Vragen om andere werktijden en werkplekken 

Werknemers in bedrijven met meer dan tien mensen in dienst mogen vragen om andere werktijden, korter of langer werken en om werken op een andere plek, bijvoorbeeld thuis. Dit volgt uit de Wet Flexibel Werken. Een werknemer mag daarom vragen als hij of zij 26 weken in dienst is. Hij moet het verzoek doen twee maanden voordat de wijziging zou moeten ingaan. De werkgever moet het verzoek volgens de wet serieus overwegen. Als hij het afwijst, moet de werkgever bespreken met de werknemer waarom hij dat doet. Afwijzen kan als er zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen tegen zijn. De werknemer mag één keer per jaar om vragen. Meer informatie biedt het dossier van CNV Vakmensen.

Werktijdverkorting onder voorwaarden

Minder uren werken kan als er minstens 20% minder werk is, door een bijzondere situatie die niet onder het normale ondernemingsrisico valt. Bijvoorbeeld een brand, epidemie of overstroming. Deze bijzondere situatie duurt naar verwachting minimaal 2 weken en maximaal 24 weken.

Een werkgever kan dan een vergunning aanvragen voor werktijdverkorting bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Dat kan voor een of meerdere werknemers met een bepaalde functie, of voor een groep werknemers zoals oproepkrachten die minstens enkele uren per week werken.

Als de aanvraag wordt toegekend, geeft de werkgever dit door aan het UWV. Vervolgens kan de werkgever een WW-uitkering aanvragen voor niet-gewerkte uren. De uitkering geldt alleen voor de werknemers die minder hebben gewerkt.

De werknemers blijven in dienst bij de werkgever en ze ontvangen hun normale loon. De werkgever krijgt het geld van de WW-uitkering voor zijn werknemers als compensatie. Raadpleeg het factsheet van het Ministerie van SZW voor meer informatie.

En hoe zit het met kinderarbeid?

Kinderen tot en met 12 jaar mogen geen betaalde arbeid verrichten. Ze mogen alleen werken in het kader van een werkstraf of een leerproject. Ze doen dan licht niet-industrieel werk, bijvoorbeeld vegen van parkeergarages. Het kind moet altijd onder toezicht van een volwassene werken.

Kinderen van 13 en 14 jaar mogen tussen 7.00 uur en 19.00 uur per dag enkele uren betaald werken. Het aantal uren dat ze mogen werken in schoolweken is beperkt. In vakantieweken mogen deze kinderen tot 7 uur per dag werken. Kinderen van 13 en 14 mogen niet op zondag werken.

Kinderen van 15 jaar mogen buiten de schooltijd en in de vakanties tot 8 uur per dag werken. Ook mogen kinderen van 15 jaar onder voorwaarden werken op zondag. Kinderen die geheel of deels zijn vrijgesteld van de leerplicht kunnen tot 8 uur per dag en 40 uur per week bezig zijn met werken en naar school gaan.

Jongeren van 16 en 17 jaar mogen 's nachts niet werken, geen oproepdiensten doen en ook niet overwerken. Ook hebben ze recht op langere rusttijden dan jongeren en volwassenen van 18 jaar en ouder.

Meer informatie over de werk- en rusttijden voor kinderen en jongeren tot 18 jaar en voor zwangere vrouwen vindt u onder aan deze pagina van de Rijksoverheid. U vindt er ook verwijzingen naar documenten over arbeidstijden in andere talen.

Let op:

De gegevens in dit dossier zijn ontleend aan tientallen doorgaans zeer betrouwbare bronnen. Toch kan Earnest geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden, of gevolgschades die hieruit kunnen ontstaan. Deze informatie verandert vaak, en veel. Daarom is alleen de online-versie van dit dossier actueel.