Schulden, hoe kom je daar uit?

Mensen die hun schulden zelf niet meer kunnen aflossen, kunnen bij de gemeente vragen om hulp. Veel gemeenten, zeker de wat grotere, hebben de schuldhulpverlening georganiseerd per wijk. Mensen met schulden (schuldenaren) moeten zich dan melden bij het wijkteam, of het sociaal-maatschappelijk werk in het wijk- of buurtcentrum. Inwoners hebben recht op schuldhulpverlening, als zij voldoen aan de eisen die de gemeente stelt. Maar niet alle gemeenten kunnen alle schuldenaren die hulp altijd volledig geven.

 

Schuldhulpverlening bestaat in grote lijn uit twee trajecten: het minnelijke en het wettelijke traject. Daarna en daarnaast is aanvullende financiƫle dienstverlening mogelijk, om nieuwe schulden te voorkomen. Zelfjeschuldenregelen.nl beschrijft beide trajecten in wat meer detail. Schuldhulpverlening begint bijna altijd met het minnelijk traject.

Het minnelijk traject

De schuldenaar krijgt een schuldhulpverlener van de gemeente. De schuldhulpverlener kijkt eerst of het mogelijk is om een betalingsregeling te treffen met alle schuldeisers. Die regeling loopt meestal 36 maanden. Lukt het de schuldenaar niet om binnen 36 maanden alle schulden terug te betalen, dan vraagt de schuldhulpverlener finale kwijting voor het restant van de schulden. Dit kan met een schuldsanering of schuldbemiddeling. Bij schuldsanering geeft de gemeente een lening (saneringskrediet) waarmee alle schulden kunnen worden afgelost. De schuldenaar heeft dan alleen nog een schuld bij de gemeente. Bij schuldbemiddeling reserveert de schuldhulpverlener zo veel mogelijk inkomsten om de schulden af te lossen. Hij kan hierbij het vrij te laten bedrag gebruiken volgens het wettelijk traject. De schuldhulpverlener maakt regelmatig een herberekening van wat hij namens de schuldenaar kan aflossen.

Moratorium

Tijdens het minnelijk traject kan de schuldhulpverlener van de gemeente de rechtbank vragen om een moratorium. Schuldeisers mogen dan tot zes maanden geen incasso's sturen naar de schuldenaar, de schuldhulpverleners of de bewindvoerder. De branchevereniging voor schuldhulpverleners NVVK biedt een overzicht van het minnelijk traject bij schuldhulp.

Het wettelijk traject

Kan de schuldhulpverlener niet met alle schuldeisers een betalingsregeling treffen, dan is het minnelijk traject om van de schulden af te komen niet mogelijk. De schuldenaar kan dan aan de gemeente vragen om te worden toegelaten tot de wettelijke regeling volgens de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Gaat de gemeente hierop in, dan dient de gemeente een verzoekschrift in bij de rechtbank. De schuldhulpverlener van de gemeente helpt bij het opstellen van zo'n verzoek. Wordt de schuldenaar toegelaten tot de Wsnp, dan moet hij zich 3 tot 5 jaar houden aan het saneringsplan. Alle verdiensten boven de vrijlatingsgrens (of het vrij te laten bedrag VTLB) gaan naar de schuldeisers. Dat geld komt op een speciale boedelrekening. De rechtbank benoemt een bewindvoerder, die de boedelrekening beheert.

Bewindvoerder

De bewindvoerder ziet er op toe dat de schuldenaar de regels van de Wsnp nakomt. Hij informeert de rechtbank en de schuldeisers hierover. De schuldenaar moet de bewindvoerder informeren over alles dat van belang kan zijn voor de wettelijke schuldsanering. Meer informatie over het wettelijk traject geven de gemeenten, en de NVVK. Bijna een op elke drie schuldenaren haalt het eind van het wettelijk traject niet. Oorzaken zijn de strenge criteria die gemeenten hanteren, maar ook het gedrag en de motivatie van sommige schuldenaren zelf.

Andere maatregelen

Hierna (of in plaats van de trajecten schuldhulp) kan de schuldenaar vragen om budgetbeheer. De gemeente of een schuldhulpverlener beheert dan het inkomen en zorgt dat de rekeningen op tijd worden betaald. Dat voorkomt nieuwe schulden. Andere mogelijkheden zijn beschermingsbewind of stabilisatie. Bij beschermingsbewind beheert een bewindvoerder de inkomsten. Hij of zij zorgt voor een tijdige betaling van de vaste lasten. Bij stabilisatie krijgt de schuldenaar ondersteuning bij het stabiliseren van zijn financiƫn. Die situatie is bereikt als de uitgaven niet hoger zijn dan de inkomsten. Meer informatie over deze mogelijkheden biedt Stimulansz.

Loonbeslag

Een schuldenaar kan ook te maken krijgen met beslag op loon, inboedel of andere inkomsten. Bij een loonbeslag legt een deurwaarder beslag op het loon, uitkeringen en sommige toeslagen van de schuldenaar. Hiervoor heeft de deurwaarder een vonnis van de rechter nodig. Of een dwangbevel, als het gaat om schulden aan de overheid. De deurwaarder mag niet alle inkomsten in beslag nemen. De schuldenaar houdt altijd recht op de beslagvrije voet. Dat is ongeveer 90 procent van de bijstandsnorm, maar de exacte hoogte van de beslagvrije voet is voor iedereen anders. Is de schuldenaar in loondienst, dan moet de werkgever meewerken aan het loonbeslag. Hij moet de deurwaarder informatie geven over het inkomen van de schuldenaar. En al het loon boven de beslagvrije voet overmaken aan de deurwaarder, tot de schulden zijn afbetaald.

Beslagvrije voet of VTLB?

De beslagvrije voet is niet precies hetzelfde als het vrij te laten bedrag (VTLB). De berekening is verschillend. Heeft de schuldenaar minder inkomsten dan de beslagvrije voet, dan kan de deurwaarder geen beslag leggen. De schulden blijven bestaan.

Let op:

De gegevens in dit dossier zijn ontleend aan tientallen doorgaans zeer betrouwbare bronnen. Toch kan Earnest geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden, of gevolgschades die hieruit kunnen ontstaan. Deze informatie verandert vaak, en veel. Alleen de online versie is daarom actueel.