Kabinet stelt verplichte aov zelfstandigen voor

Het kabinet wil dat alle zelfstandigen voor de inkomstenbelasting zich verzekeren tegen verlies van inkomsten als ze arbeidsongeschikt zijn. Minister Van Gennip van Sociale Zaken wil mensen laten reageren op het voornemen van het demissionaire kabinet. Ze heeft daarom de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) op internetconsultatie gezet. Terecht, want dit voornemen is zeker niet onomstreden.

 

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is een verplichte arbeidsongeschiktheids- verzekering (aov) die voor iedereen toegankelijk is. Het wetsvoorstel heeft drie uitgangspunten: betaalbaar, uitlegbaar en uitvoerbaar. De beknopte inhoud puntsgewijs en in (min of meer) chronologische volgorde:

  • De verplichte aov geldt voor alle zelfstandigen die voor de inkomstenbelasting ‘winst uit onderneming’ genieten. Niet voor directeur-grootaandeelhouders en ook niet voor ‘resultaatgenieters’, mensen die inkomstenbelasting betalen over inkomsten uit overig werk. Meewerkende partners zijn ook niet altijd verzekerd, en zelfstandigen met een AOW-uitkering ook niet.
  • De premie van de verplichte aov zal ongeveer 6,5% van de winst uit onderneming bedragen, met een maximum van ongeveer € 195 per maand. Er is (nog) geen minimumpremie, geen franchise of premievrije voet. Het UWV kan de premie jaarlijks bijstellen. De Belastingdienst gaat de premie innen. De premie is fiscaal aftrekbaar.
  • De zelfstandige moet zich zelf ziekmelden bij het UWV, als hij of zij vermoedt dat de ziekte en het herstel ‘van langdurige aard’ zal zijn. De ziekmelding bevat ten minste de datum van de eerste ziektedag, die ook in het verleden kan liggen.
  • De verplichte aov keert uit na een wachttijd van een jaar, aan verzekerde zelfstandigen die niet meer in staat zijn om door ziekte het minimumloon te verdienen. De zelfstandige moet de uitkering aanvragen bij het UWV. 
  • Bij de beoordeling van de claim op de BAZ kijkt het UWV naar ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, dus los van het werk of beroep vòòr de arbeidsongeschiktheid. Hierbij selecteren de arbeidsdeskundigen van het UWV uit de set basisfuncties van het Claimbeoordeling- en borgingssysteem (CBBS), waarmee mensen in loondienst tenminste het wettelijk minimumloon (wml) kunnen verdienen. 
  • De uitkering is 70% van de winst vóór arbeidsongeschiktheid, hoogstens tot het wml. De uitkering loopt tot de AOW-leeftijd.
  • Zelfstandigen die dit vangnet onvoldoende vinden, zich liever privaat verzekeren of al een arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben, kunnen zich particulier blijven verzekeren via een opt-out. De private verzekering mag niet minder uitkeren dan de verplichte publieke aov. Ook de private verzekering moet uitkeren tot de AOW-leeftijd. Private verzekeraars betalen via een verevenings- of stabiliteitsbijdrage deels mee aan deze BAZ, om te voorkomen dat ze (te) ver onder de premie van de publieke verzekering duiken. Dat kan leiden tot hogere premiestijgingen van de BAZ, die dan met de grotere risico’s blijft zitten. En dan steeds duurder wordt.
  • Er komt een overgangsrecht voor bestaande verzekeringen.

‘Voor iedere zelfstandige’

Het kabinet is met dit wetsvoorstel gekomen omdat een ‘grote groep’ zelfstandigen zich niet verzekert tegen het verlies aan inkomen als ze arbeidsongeschikt worden. Soms omdat de kosten te hoog zijn, soms omdat zij geen verzekering kunnen afsluiten wegens hun leeftijd, medische aandoening of medische geschiedenis. De voorgestelde verplichte aov is toegankelijk voor iedere zelfstandige met winst uit onderneming voordat hij of zij arbeidsongeschikt werd. Ook zorgt de verplichting voor een gelijker speelveld tussen zelfstandigen onderling en tussen werknemers en zelfstandigen. Daarnaast voorkomt het dat risico’s rond arbeidsongeschiktheid worden afgewenteld op de samenleving. De voorgestelde BAZ is gebaseerd op een voorstel van de Stichting van de Arbeid, aldus het kabinet.

'Kan tot vier jaar duren voordat de wet in werking treedt'

Volgens Van Gennip kan het tot vier jaar duren voordat de wet in werking treedt. UWV moet zich voorbereiden, net als de Belastingdienst en verzekeraars. En ook moeten Tweede en Eerste Kamer de wet nog aannemen. Zelfstandigen twijfelen vooral aan de kwaliteit van de keuring door arbeidsdeskundigen, over de hoogte van de premie en over de wachttijd. Sommigen vinden een jaar te kort, anderen te lang.

Andere dekkingen

Begin 2023 had 65 procent van de zzp’ers een financiële voorziening getroffen tegen het financiële risico van arbeidsongeschiktheid. Dat blijkt uit de Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) 2023, een tweejaarlijks onderzoek van het CBS en TNO. Van de ondervraagde zzp’ers geeft 37 procent aan zo nodig terug te kunnen vallen op spaargeld of beleggingen. De aov, of verzekering tegen arbeidsongeschiktheid is met 21 procent de op een na meest gekozen voorziening. Een schenkkring, zoals een broodfonds is voor 6 procent de manier om verlies van inkomen door langdurige ziekte af te dekken.

Verschillen per branche

Een op elke drie zzp’ers heeft geen voorziening tegen het wegvallen van inkomsten bij ziekte. Dat is een gemiddelde, want de mate waarin zelfstandig ondernemers zich indekken tegen het risico op arbeidsongeschiktheid verschilt aanzienlijk per beroepsgroep. In de ICT, agrarische sector en in zorg- en welzijnsberoepen heeft ongeveer drie kwart van de zzp’ers een voorziening getroffen. Onder zelfstandigen in pedagogische beroepen is dat ongeveer de helft.

Daarom geen verzekering

Bijna de helft van de zzp’ers (46%) geeft aan dat ze geen aov willen omdat ze de baten van zo’n verzekering niet vinden opwegen tegen de kosten. Ook zegt 32 procent dat ze de premie van de verzekering niet kunnen opbrengen. Een kwart van de onverzekerden gaf aan het financiële risico zelf te kunnen dragen. En 20 procent, met name vrouwen, gaf aan in geval van arbeidsongeschiktheid terug te kunnen vallen op het inkomen van hun partner.

Meer informatie

Let op:

De gegevens in dit dossier zijn ontleend aan tientallen doorgaans zeer betrouwbare bronnen. Toch kan Earnest geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden, of gevolgschades die hieruit kunnen ontstaan. Deze informatie verandert vaak, en veel. Daarom is alleen de online-versie van dit dossier actueel.