Wettelijk recht op rouwverlof in de maak

Werknemers moeten recht krijgen op vijf betaalde verlofdagen als binnen hun gezin met minderjarige kinderen één van de ouders of een minderjarig kind komt te overlijden. Dat is de kern van het wetsvoorstel Wet invoering rouwverlof. Het nieuwe kabinet Schoof heeft het ingediend bij de Tweede Kamer. Behandeling wordt dit najaar verwacht.

 

Het voorstel ziet alleen op gezinnen met minderjarige kinderen, dus jonger dan 18 jaar. Dat kan ook een pleegkind zijn, of een kind waarvan de werknemer duurzaam de verzorging en de opvoeding op zich heeft genomen. Rouwverlof is dan mogelijk als een partner of minderjarig kind is overleden. Werknemers die ouder(s) zijn kunnen dan minstens vijf werkdagen rouwverlof opnemen. Dat kan vanaf de dag na de uitvaart tot één jaar na het overlijden van de dierbare. Het verlof geldt naar rato bij deeltijd. De werkgever is verplicht om de werkdagen rouwverlof door te betalen.

Minimumnorm

De termijn van vijf werkdagen is een minimumnorm, wat de opstellers van het voorstel betreft. En nodig om ‘ouders in staat te stellen te herstellen van de emotionele klap van het overlijden van een partner of minderjarig zoon of dochter en zo toe te werken naar (geleidelijke en) duurzame terugkeer naar het werk’, aldus de toelichting bij het wetsvoorstel. Ook is de termijn bedoeld om praktische afspraken te maken over de zorg aan minderjarige kinderen.

Maatwerk

Werkgever en werknemer worden aangemoedigd om maatwerk te leveren bij het rouwproces, dat bij iedereen anders verloopt. Bestaande verlofregelingen voor rouw in cao’s met ruimere afspraken voor werknemers gaan voor op deze wet. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, betekent het een uitbreiding van de bestaande Wet arbeid en zorg (Wazo). Het is te zien als aanvulling op bestaand kort zorgverlof, niet als vervanging. En ook als mogelijk onderdeel van een vereenvoudigd verlofstelsel, waarvoor oud-minister Van Gennip een voorstel met diverse scenario’s heeft ontwikkeld.

Rouwverlof van 2 weken

Met name het CNV is groot voorstander van wettelijk rouwverlof, maar dan van twee weken. Uit eigen onderzoek van de vakbond onder 1900 werkenden die de afgelopen tien jaar te maken hebben gehad met rouw blijkt dat 65 procent ontevreden is over de regeling die de werkgever nu aanbiedt. Een op elke drie ondervraagden had behoefte aan langer verlof, en 77 procent is voorstander van 2 weken wettelijk vastgelegd rouwverlof.

Te snel aan het werk

Eerder eigen onderzoek van de vakbond toont aan dat 37 procent van de rouwende werknemers te snel aan het werk is gegaan na het verlies en 10 procent mede hierdoor een burn-out krijgt. Meer dan een kwart van de werknemers neemt vakantiedagen op omdat ze anders niet aan rouwen toekomen.

Verlies van kind het ergst

Vooral na het verlies van een kind duurt het langer dan een week voordat werknemers weer volledig aan het werk zijn. Bij overlijden van een partner heeft 65 procent meer dan een week nodig om te rouwen. Gaat het om een ouder dan heeft 46 procent daar minstens een week voor nodig. Bij andere overlijdens is 13 procent na een week nog niet (volledig) aan het werk. Voor een op elke 6 rouwende medewerkers zou vaker een blijk van medeleven door de werkgever hebben geholpen. Naast meer vrije tijd, en minder druk om weer aan het werk te gaan. Zo blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2022.

Meningen verdeeld

Ook uit andere onderzoeken blijkt een kleine meerderheid voor een wettelijk recht op twee weken doorbetaald rouwverlof. Een grote minderheid (ongeveer 46 procent) procent denkt dat rouwverlof bij wet regelen niet nodig is, omdat je nu al voldoende verlof kunt opnemen. Zoals calamiteitenverlof en ziek melden.

Werkgevers: liever maatwerk

Werkgevers hebben zich in het verleden niet tegen rouwverlof uitgesproken. Anders krijg je meer en oneigenlijk gebruik van andere regelingen, zoals ziekmeldingen, kort zorgverlof en calamiteitenverlof. Maar over de lengte en de (door)betaling zeggen de werkgevers nog niet veel. In een reactie op dit wetsvoorstel onderstreept de AWVN dat voldoende tijd en ruimte voor rouw nodig is. AWVN ziet dat werkgevers zich hiervan bewust zijn en vaak al veel meer mogelijkheden bieden dan formeel is geregeld. Dus vragen de werkgevers zich af welke toegevoegde waarde dit wetsvoorstel heeft. Rouw is bovendien erg persoonlijk. Dat maakt dat rouw per definitie om maatwerk vraagt. En dus ook om decentrale afspraken tussen werkgever en de rouwende werknemer.

Meer informatie

  • Internetconsultatie over het wetsvoorstel (afgelopen)
  • Onderzoeken van het CNV
  • Reactie van de AWVN
  • Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2022
  • Reactie van de vakcentrale VCP op de plannen
  • Nog meer verlofplannen van minister Van Gennip / SZW

Let op:

De gegevens in dit dossier zijn ontleend aan tientallen doorgaans zeer betrouwbare bronnen. Toch kan Earnest geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden, of gevolgschades die hieruit kunnen ontstaan. Deze informatie verandert vaak, en veel. Daarom is alleen de online-versie van dit dossier actueel.